Reisverslag
Breunis,
30 december 2011
Zuid-Afrika
, Ballito Bay
25°
De douchekop in de achennebisj badkamer is zo ongeveer het enige wat normaal werkt. De heetwaterkraan bij de wasbak doet een rondedansje als je hem opendraait en bezorgt niet alleen de fanatieke tandenpoetser een nat shirt, maar ook de wc een natte bril. In de douche kan ik mijn kont nauwelijks keren, en dat ligt dit keer niet aan de omvang van mijn achterwerk. De badkamerdeur kan maar voor eenderde open, omdat er aan de andere kant in de slaapkamer nog een extra bed geplaatst moest worden om het een family room te kunnen noemen en er een veel te hoog bedrag voor te kunnen vragen.
Het is zeven uur in de ochtend en alweer over de 25 graden. Het is vreemd om de ochtend na pakjesavond vanonder de douche Giel Beelen het eerste kerstnummer te horen draaien op radio drie. Reisgenoot Martijn is met pijn en moeite wakker geworden en heeft een slinger gegeven aan zijn iPhone, waaruit nu de vervormde klanken van een door Giel gesaboteerde Mariah Carey klinken. We verblijven in een bed en breakfast in Polokwane. Iets met Tom in de naam en een rijzige, aan de slapen grijzende zwarte man achter de receptie doen ons denken aan het boek van Harriet Beecher Stowe. Hoewel ik denk dat Oom Tom en zijn hut ‘s nachts wat minder last hadden van bezoekjes van zakenlui en hun beschonken buitenechtelijk gezelschap. We zijn op doorreis naar Zimbabwe, Harare om precies te zijn. Hoewel we nog een heel stuk moeten, denken we dat het ons wat betreft de overnachtingen en accommodatie niet veel slechter kan vergaan. Verwende jongetjes.
Na zonder al te veel problemen de Zuid-Afrikaanse kant van de grens over te hebben gestoken, sluiten we aan in een lange rij wachtenden aan de Zimbabwaanse kant. Heel eventjes hopen we de rij over te kunnen slaan. Blanken hoeven in Afrika immers bijna nooit te wachten? Helaas, dit keer worden we als gelijken behandeld. De zon brandt ongenadig op ons bleke bolletje en jammer genoeg dragen alleen de wijze meisjes voor en achter ons een parasolletje. De rij kruipt heel langzaam richting een kantoortje, de deur is nog niet te zien. Lesley - de Zimbabwaanse assistent-manager op de Wildebees Ecolodge van Martijn - probeert een vriendje van een vriendje van een vriendje te bellen die op de grenspost zou moeten werken en ons versneld een visum kan bezorgen. Hoewel de beste man later zal verklaren dat hij ons heel goed geholpen heeft, zien we hem die middag niet. Eindelijk arriveren we in het bedompte hok waar de visa, autopapieren en allerhande andere paperassen afgegeven worden. Dat wil zeggen: als je heel goed zoekt, om de vijf minuten vraagt waar je moet zijn, geduldig wacht en flink wat geld meeneemt. Zimbabwe is niet goedkoop. De arme Lesley moet, bijna aangekomen bij een loket, weer helemaal achteraan sluiten in de rij buiten. De douanebeambte was vergeten hem het nummertje te geven dat moet voorkomen dat mensen voordringen. De rij is inmiddels gegroeid naar een dikke 500 meter, de zon is nog wat harder gaan branden.
Na meer dan drie uur formulieren invullen zijn we eindelijk in Zimbabwe. We merken het meteen. Om de paar honderd meter staat wel een blokkade met streng kijkende politieagenten. Lesley vertelt dat de agenten ’s ochtends ergens gedropt worden om aan het werk te gaan en dan ’s avonds maar weer moeten zien dat ze thuis komen. Er zijn te weinig politieauto’s. Wij rijden rond vier uur Zimbabwe in, dus naast de gebruikelijke lifters, staan er ook politieagenten langs de kant van de weg die naar huis willen. Omdat het niet echt duidelijk is of de agenten ons rijbewijs willen zien of dat ze een lift willen, zit de auto even later vol met Mugabe’s geüniformde hulpjes. Met de sterke arm aan boord lijkt het geoorloofd om iets harder te rijden dan toegestaan, dus we schieten aardig op. Helaas is het tijd- en ruimtebesef van de gemiddelde zwarte afrikaan wat gemankeerd , dus de drie uurtjes die ons volgens Lesley nog resten, blijken een iets te krappe schatting. Gelukkig is er onderweg een hoop moois te zien, zoals de ‘koppies’, ronde en ovale rotsformaties die ineens uit het vlakke landschap opdoemen. Of een naar alcohol stinkende agent die in de avonduurtjes nog wat bijklust voor zichzelf en samen met wat collega´s een eigen roadblock heeft opgetrokken. Hij wil ons veertig Amerikaanse dollar laten betalen voor het ontbreken van de reflectoren op de voor- en achterbumper. Dat voor- en achterlichten vol zitten met reflectoren deert hem niet. In Zimbabwe hebben ze andere regels. Dat merken we, als Lesley even later de agent heeft omgekocht voor vijfentwintig dollar. `You have to make a plan´. Dat is immers de hele opzet van de blokkade. We krijgen het gevoel dat we de komende paar dagen nog heel veel plannen gaan maken.
Het is inmiddels donker, dus veel van het mooie landschap zien we niet meer. Sterker nog, we zien geen hand voor ogen. De soms wat smalle weg heeft geen belijning, dus het is af en toe gokken waar de weg ligt. Toch is het druk op de weg, vooral met grote vrachtwagens die regelrecht uit een Amerikaanse truckerfilm lijken te zijn weggereden. Om niet in aanvaring te komen met deze reuzen en toch op de weg te blijven rijden, is het zaak om goed te mikken op het rechtervoorlicht van de tegenligger, om hem uiteindelijk op een haar na te missen. Groot licht doet wonderen voor het zicht, maar wordt niet echt leuk gevonden door tegemoetkomend verkeer. Het zichtbaar wisselen van groot naar gedimd licht wordt juist wel weer erg gewaardeerd, wat getoond dient te worden door het knipperen met het rechter knipperlicht. Zodoende hebben de laatste paar honderd kilometer wel iets weg van een kruising tussen een stille disco en een uit de hand gelopen straatrace.
Om elf uur arriveren we in Harare, alwaar we nog een goede drie kwartier zoet zijn met het vinden van het adres van de ouders van Lesley (eigenlijk zijn het z’n oom en tante, maar zijn echte ouders zijn al overleden en alles is gewoon lekker familie, zullen we ook later nog merken). Lesley is alleen gewend om vanaf de bushalte naar huis te lopen, is al een poosje niet in Zim geweest en heeft dus geen flauw idee hoe we moeten rijden. Dat gaat ongeveer zo: ‘Les, do you know where we are?’ ‘Yes.’ ‘Are you sure?’ ‘Perfectly sure.’ Lesley anderhalve minuut later: ‘We are lost.’ Na veel heen en weer bellen zijn we rond twaalven eindelijk op onze bestemming, een kast van een huis met een hek, bewaker, zwembad, jacuzzi, naargeestig blaffende hond en een grote, aardige zwarte vrouw die ons warm welkom heet.
Wordt vervolgd…
Foto's bij reisverslag


Reageer op dit reisverslag

Sybrich verrassen met Hollandse lekkernijen?
Dat kan via Heimweewinkel.nl van de Telegraaf. De online winkel met Nederlandse producten voor uw geliefden en bekenden in het buitenland. Van drop tot pepernoten en van HEMA producten tot Delfts blauwe souvenirs. Alles wat je wilt versturen naar het buitenland op één plek.
Bestel nu een Hollands geschenkpakket voor Sybrich
Reacties op bovenstaand reisverslag
Het begin van een boek?
Mooi verhaal Breunis.
times don't change...
jaren geleden al, om precies te zijn in 2002 was het al een nationale sport in Zimbabwe om automobilisten, met name buitenlanders, te verassen met roadblocks om over die reflectoren te zeveren... ze hebben het script uitstekend uitgewerkt begrijp ik, bezorgd serieus kijkende politiemannen, veel goud en klaterwerk op de schouders, rondjes om de auto lopen en meewarig nee schudden.
sybrich, ik hoop dat het je goed gaat.
veel groeten, veerle
leuk verhaal!
Geweldig! meer....
liefs
Leuk hoor om jullie belevenissen telezen!! veel plezier nog daar!!
Prachtig.
Het ga jullie goed, ook in 2012.
Groet,
Hans
Menu
Profiel
Huidige locatie:
Zuid-Afrika,
Ballito Bay| Australia | (2009) |
| Mijn eerste reis | (2008) |




Fotoboek
Blijf op de hoogte
Ja, ik wil direct een e-mail ontvangen na elk nieuw reisverslag!
Mijn e-mailadres:
Via je mobieltje op de hoogte blijven van elk nieuw reisverslag? Stuur een sms
START FOLLOWING SYBRICH ON
naar 1008.
(€ 0,55 p.o.b. max.1 per dag. Lees de voorwaarden)
Dit dagboek heeft in totaal 12905 pageviews en is onderdeel van WaarBenJij.Nu
